zondag, mei 01, 2005

donderdagavond 21 april tot en met zondag 24 april

Donderdag 21 april (avond)

Aan het begin van de avond kom ik van het Nederlands Instituut thuis op mijn kamer, zet de spullen neer en ga een hapje eten in mijn restaurantje l’Assassino aan de Piazza Medaglio d’Oro. Bij thuiskomst tref ik David en Paula die aan het koken zijn. Ik ga eerst alles inpakken voor morgen en daarna ga ik even bij hen zitten. Als ik vraag naar de politieke situatie van dat moment, want ik had gehoord dat Berlusconi zijn ontslag had ingediend, hebben we het binnen de kortste keren over de politiek. Uiteindelijk zegt hij dat hij waarschijnlijk de enige kunstenaar is in Italië die op Forza Italia stemt, de minst slechte van alle keuzes, want links zal hij nooit stemmen. Het onderwijs en de staatstelevisiezenders RAI zijn allemaal geïndoctrineerd door links, beweert hij, en zo gaat het nog even door. Toch wil dat niet zeggen dat hij per definitie rechts is, want zijn hele levensstijl is eigenlijk alternatief. Bovendien zijn al zijn vrienden links. Misschien is het een beetje afzetten tegen of juist een manier van aandacht vragen. Jammer dat de avond verzand in ondoorgrondelijke politieke stellingnamen. Het wordt tijd om Rome te verlaten.

Vrijdag 22 april

Om acht uur sta ik op, laad alles in de auto en parkeer de auto een paar straten verder aan de Piazza Medaglio d’Oro om nog een kopje koffie te drinken en iets in te slaan voor onderweg. Om half tien vertrek ik. Tegen drie uur in de middag neem ik na Bologna de afslag Arqua Petrarca om voor een tweede keer te proberen het sterfhuis van Petrarca te bezoeken. En jawel hoor, de aanhouder wint, deze keer is het open. Er is een kleine tentoonstelling te zien van schilderijen en andere afbeeldingen. Verder valt er niet zo veel te zien. Jammer genoeg is er geen klein beeldje van hem te koop voor mijn verzameling. Ik slenter naar beneden het dorp weer in richting kerk. Daar staat vóór de kerk de tombe van Petrarca; binnen heeft de kerk niet zo veel te bieden op een paar beschadigde fresco’s na. En verder gaat het, richting Venetië waar ik vervolgens anderhalf uur in een file vast zit omdat iedereen zo snel mogelijk na de tolhuisjes tegelijk de rondweg op wil en dat veroorzaakt dus ongelukken. Het schijnt iedere dag hetzelfde liedje te zijn. Rond half zeven ben ik bij Manlio en Brigitte. Daar moet ik natuurlijk uitgebreid mijn verhalen vertellen en een hapje eten. Ik ga op tijd naar bed, terwijl Manlio en Brigitte nog wat lessen moeten voorbereiden, want ook op zaterdagochtend wordt hier nog les gegeven.

Zaterdag 23 april

Als ik opsta, is iedereen al vertrokken. De ochtend wil ik gebruiken om een graf van een bekende Nederlander te gaan (be)zoeken: dat van Pim Fortuyn. Hij had hier in de buurt een huisje, maar in welk plaatsje was dat ook alweer? Ik weet dat het met een P begint en dat er een s en een a in de plaatsnaam zit. Waarschijnlijk is het Pasiano? Als ik richting Oderzo rijd, kom ik vlak daarvoor het plaatsje Camino tegen, bekend vanwege Gaia en Gherardo da Camino uit de Louteringsberg (Purgatorium) van Dante’s Divina Commedia. Niets in dat plaatsje doet echter denken aan de familie die er de naam aan gaf. Wel in Portobuffole, waar het vijftiende eeuwse palazzo Da Camino staat. Aangekomen in Pasiano (di Pordenone) blijkt het een nietszeggend dorpje te zijn waar ze nooit gehoord hebben van Pim Fortuyn. Weer een keer mijn kaart tevoorschijn gehaald en toen wist ik het zeker: het moet het dorpje Provesano zijn, zo’n 30 kilometer verderop. Dat blijkt inderdaad juist te zijn. Het dorpspleintje stelt niet veel voor. Ik heb geen idee wat hij hier had te zoeken. Eigenlijk is het een plaatsje van niets. Ik maak wat foto’s van de huizen en het pleintje en fotografeer ook zijn standbeeld dat achter een gesloten hek op het binnenerf van zijn huisje staat. Op naar het kerkhof dan. Als ik daar naar binnen ga is het een normaal Italiaans kerkhof met aan de zijkant een wand met nissen die boven elkaar liggen. Hier schuiven families hun dierbaren in als ze zijn overleden, met vele lampjes, beeldjes, foto’s en (plastic) bloemen er voor. Eén graf valt onmiddellijk op: aan de linkerkant staat een groot wit marmeren monument. Dat is het. Er staat een groot kruis op zijn graf, links een groot Mariabeeld met enkele rozenkransen en rechts een klein Mariabeeldje met gele bloemen er bij. Verder een beeldje van een hondje van het type waar hij er twee van had en een paar briefjes en stenen met geschreven boodschappen van enkele bewonderaars. Daar hoor ik dus niet bij, maar ik vind het altijd fascinerend de cultuur er omheen te zien. Het blijft een merkwaardig en boeiend verschijnsel. Na het middageten ga ik samen met Manlio wat boodschappen doen: pasta, kaas, worst en Prosecco, heel veel Prosecco, rechtstreeks bij de fabrikant gekocht. De auto hangt ondertussen zwaar achterover vanwege het gewicht aan boeken en flessen. Er zou gewoon ook niemand meer bij gekund hebben als medepassagier. Met het busje van Manlio gaan we daarna naar de plaats Belluno, een kleine 40 kilometer verderop. Het centrum ligt bovenop een heuveltop. Beneden is er plaats om de auto te parkeren. Via enkele roltrappen, een systeem dat ik eerder bij Perugia gezien heb, komen we midden in het centrum uit. Het oude stadscentrum is echt de moeite waard: mooie straatjes en pleintjes, gemeentehuis en kerk. Daar zie ik plaatjes liggen van paus Johannes Paulus I, de lachende paus die 33 dagen paus geweest is in 1978 en toen onder mysterieuze omstandigheden overleden is. Hij komt uit deze streek en Manlio heeft hem als kind een keer ontmoet en mocht toen zijn ring kussen, een katholieke gewoonte in Italië. Morgen is trouwens de dag dat kardinaal Ratzinger als paus Benedictus XVI wordt ingehuldigd in het Vaticaan. Mijn reis heeft achteraf gezien een hoog pausgehalte gehad. Als we tegen achten weer thuiskomen zijn net op dat moment Antonio en Elvine Meneghetti gearriveerd om vanavond met ons mee te eten. De ontvangst is weer allerhartelijkst. Zes of zeven jaar geleden hebben we hen voor het eerst ontmoet op camping Palafavere in de Dolomieten. Antonio is een fervente bergwandelaar en skiër en bevriend met Manlio. Vijf jaar geleden zijn ze bij ons in Druten te gast geweest en heb ik hen het een en ander van Nederland laten zien, vooral Amsterdam. Leuk hen weer te zien. Zij hebben de nodige flessen zelfgemaakte prosecco en andere wijn meegenomen én een heerlijke taart. Het is een waardige afsluiting voor een periode van ruim zeven weken ‘werkvakantie’. Een onvergetelijke tijd.

Zondag 24 april

Om acht uur ’s ochtends word ik uitgezwaaid door Manlio en Brigitte in Conegliano en om twintig minuten voor acht ’s avonds word ik weer thuis begroet door Elly, Bram, Lars en Femke. Een kleine 1200 kilometer in een kleine twaalf uur is waarlijk geen slechte prestatie als je bedenkt dat ik de Alpen over moest en vier keer onderweg moest stoppen om te tanken en te pauzeren. De vliegende vaart waarmee ik huiswaarts ben gekomen is te vergelijken met de achter mij liggende sabbatsperiode: het is voorbij voor je er erg in hebt en wat rest zijn de herinneringen en de vastgelegde geschiedenis in dit egodocument. Welgeteld 52 dagen ben ik weggeweest en in die tijd heb ik 7763 kilometer afgelegd. Laat ik afsluiten met het aanraden aan een ieder om ooit in zijn of haar leven een dergelijke reis te ondernemen, het liefst alleen, omdat alleen dan de confrontatie met jezelf het best tot zijn recht komt en de contacten als eenling met anderen de kans op unieke ontmoetingen en ervaringen vergroot. Carpe diem e saluti a tutti di don Umberto!