zaterdag 19 tot en met woensdag 23 maart
Zaterdag 19 maart 2005
Na het ontbijt wordt de boel ingepakt en naar de auto gebracht. Het is opnieuw een geweldige week geweest en het is niet gemakkelijk om afscheid te nemen van Dario, Marco en Giovanni (Laura is werken). Ondanks het leeftijdverschil heb ik me hier weer eventjes student gevoeld. Op weg naar Toscane wordt het plotseling mistig en koud. De temperatuur zakt van 25 naar 8 graden en er ligt sneeuw in de Apennijnen. Door de zomerse waarden van de afgelopen week ben ik bijna vergeten dat de lente eigenlijk nog moet beginnen. Rond 13.00 uur ben ik al in San Donato in Poggia. De auto zet ik even aan de rand van het dorp neer want het steegje waar het huisje van Jet en Jan van Herwaarden staat is zo smal dat je er met een auto niet door kunt. De overbuurvrouw heeft al op me gerekend. Ze laat het huisje van binnen zien en hoe alles werkt. Het huisje is klein en smal. De voordeur geeft direct toegang tot een kleine woonkamer met daarin een tree lager het keukentje. Verderop is een opbergkamertje, een sort bezemkast, met daarnaast de badkamer. Op de eerste verdieping is een slaapkamer waar je doorheen moet om met de trap naar de tweede verdieping te gaan naar een even grote slaapkamer met een piepklein badkamertje. Dit is mijn onderkomen voor de komende twee weken. Nadat ik alles uit de auto naar binnen heb gesleept, maak ik een korte rondwandeling door het dorp. Het is een oud middeleeuws plaatsje, heerlijk rustig en toch alles bij de hand. Om de hoek is een bank met pinautomaat, een Coop-winkeltje, een bakker, een slager en een slijterij. Wat wil je nog meer! De rest van de middag doe ik rustig aan, installeer me een beetje, lees en slaap wat en ga daarna in ieder winkeltje van het dorp boodschappen doen zodat ze mijn gezicht kennen. Dan gaat de telefoon. Elly vertelt dat van de drie mensen die vandaag met het vliegtuig van Brussel naar Pisa zouden vliegen, alleen Huub Hacking aan boord is. Mijn oud-buurman in Nijmegen, Sjef van de Wiel (van uitgeverij de SUN), heeft vergeten afgelopen maand zijn paspoort te verlengen en mag het vliegtuig niet in. Jeske Nelissen, zijn vrouw, verklaart zich solidair met hem en gaat ook niet mee. Na lang dubben besluiten ze samen met de auto van Brussel door te rijden naar Italië. Vervelend, maar wel goed dat ze dat doen, anders ga je terug naar huis met een vreselijke kater. Na weer een telefoontje krijg ik te horen dat ik Huub om 19.30 uur bij het station in Florence moet ophalen. Op weg er naar toe kom ik vast te zitten in het verkeer. De bewegwijzering is vreselijk slecht en tot overmaat van ramp rijdt er een haveloos geklede oude Italiaan, gewapend met een sigaret in zijn mondhoek, met een flinke klap achterop mijn auto tegen mijn trekhaak aan. Niks aan de hand zegt hij en gelukkig is dat voor mijn auto ook zo, maar bij hem is het nummerbord helemaal ingedeukt. Dat valt niet op tussen alle andere deuken. Na drie vergeefse pogingen om bij het station te komen, parkeer ik de auto aan de kant van de weg en loop verder. Bij het station zie ik Huub net aankomen met een hotdog in zijn hand. De ontmoeting is hartelijk. Weer het drukke avondverkeer in en na ruim een uur lukt het ons uit het drukke centrum te ontsnappen. Bij aankomst in San Donato besluiten we maar bij het restaurantje om de hoek een pizza te eten. We brengen de avond verder genoeglijk door met het vertellen van allerlei verhalen onder het genot van enkele glazen wijn. Sjef en Jeske laten ons via een sms-je weten dat ze overnachten in Colmar en morgenvroeg verder gaan.
Zondag 20 maart
De dag begint bewolkt als we in de auto stappen op weg naar Monteriggioni. Je ziet het plaatsje rechtsboven op een heuvel liggen op weg van Florence naar Siena. Ik ben hier enkele jaren geleden met Elly en de kinderen al eens geweest en vond het toen al een leuk plaatsje. Het is vooral bekend geworden door een fragment uit Dantes Hel, vlak voor ze bij Lucifer terecht komen. Als ik me goed herinner zegt Dante dat hij reuzen ziet aankomen die zo groot zijn als de torens van Monteriggioni. Een tweeregelig citaat van dit vers vinden we bevestigd aan de buitenmuur naast de toegangspoort die het minst gebruikt wordt. We lopen het kleine plaatsje helemaal door, kopen 6 flessen Chianti-wijn van Monteriggioni en besluiten daarna verder te rijden naar Siena. Ondertussen is het heerlijk weer geworden. We lopen door naar het centrum van de stad, waar het prachtige schelpvormige plein, het Piazza del Campo, veranderd is in een hete bakoven. Er zitten massa’s mensen midden op het plein op de grond. We nemen een cappuccino buiten op het terras bij Bar il Palio en genieten van de heerlijke atmosfeer op het plein en van het lekkere weer. Via een sms-je vernemen we dat Sjef en Jeske verwachten rond 15.00 uur in San Donato aan te komen. Na een bezoekje aan de Dom en het eten van een ijsje (mijn eerste dit jaar!), gaan we terug naar het huisje. Daar zijn Sjef en Jeske ondertussen gearriveerd. Ze hebben flink doorgereden! We maken een heerlijke wandeling in het zonnetje door de omliggende heuvels, o.a. langs een fabriekje waar ze prachtige terracottaproducten maken. Als het me zou lukken hier nog iets van mee te nemen, dan doe ik dat zeker. Bij thuiskomst begin ik alvast met het klaarmaken van de pasta, onder het genot van de nodige glaasjes wijn. Het smaakt weer prima allemaal. Na het eten wordt er gelezen en werk ik aan mijn verslag. Daarna is het bedtijd. Morgenvroeg moet ik er vroeg uit om naar Jaap Dronkers in Fiesole te gaan.
Maandag 21 maart
Afgelopen nacht hoorde ik gestommel in huis en ging naar beneden. Het bleek Huub Hacking te zijn die met zijn opklapbare bed verhuisd was naar de bezemkast in de hoop daar geen last meer te hebben van het indringende gezoem van de koelkast. Ideale plek om te slapen lijkt me … . Vanochtend vroeg ben ik op pad gegaan naar een voorplaatsje van Fiesole: San Domenico di Fiesole. Daar is Jaap Dronkers werkzaam aan de European University Institute, Department op Political and Social Sciences (zie ook: www.iue.it/Personal/Dronkers), met als functieomschrijving Chair Social Stratification and Inequality. Op hetzelfde instituut is ook Rick van de Ploeg werkzaam, voormalige PvdA staatssecretaris van Cultuur. In de werkkamer van Dronkers heb ik anderhalf uur durend gesprek met hem, vooral over nationale en internationale vergelijkingen van schoolresultaten. Daarover heeft hij onder meer contact met Erna Gille van het Cito i.v.m. het Pisa-project (een internationale vergelijking van schoolresultaten van 15-jarigen). Hij is een beetje gepikeerd over het feit dat bij het Nederlandse Pisa-onderzoek geen gedetailleerde gegevens bekend zijn van de landen van herkomst van allochtone leerlingen, terwijl dat bij de meeste andere landen, uitgezonderd Frankrijk, Canada en de Verenigde Staten, wel bekend is. Nederland sloeg al geen best figuur enkele jaren geleden toen er te weinig representatieve onderzoeksresultaten waren als gevolg van een te geringe deelname van scholen. Toch is hij zeker niet gekant tegen een instituut als het Cito. In de Volkskrant van 15 januari jl. schreef hij nog: ‘(…) Dat betekende zo objectief mogelijke examens, waarin kennis en vaardigheden werden getoetst en geen culturele bagage of flair. Hiervan is in Nederland alleen nog het Cito overgebleven en links heeft sinds 1970 veel gedaan om ook dit af te schaffen.’ In Nederland is hij vooral bekend geworden als de persoon die een vergelijking van scholen publiceerde in Trouw en dat beoordeelde met een soort rapportcijfer. Reden voor mij om contact met hem te zoeken. Er zijn volgens hem drie problemen bij het huidige Pisa-project: 1) de namen en de resultaten van de deelnemende scholen worden niet bekend gemaakt, terwijl dat voor het publieke debat nodig is 2) het zijn geen eindexamens, maar tussentijdse toetsen, alleen voor 15-jarigen, die niet meetellen voor een cijfer 3) er worden vooral vaardigheden getoetst en vrijwel geen kennis. Op mijn vraag of het dan niet mogelijk is schoolresultaten en de waarde van diploma’s te vergelijken tussen landen als Nederland en Italië, geeft hij als antwoord dat het op twee manieren wél mogelijk is: ten eerste door de data te gebruiken van het internationale Pisa-onderzoek m.b.t. schoolprestaties in het algemeen en ten tweede door te onderzoeken hoe leerlingen op de arbeidsmarkt terecht komen. Voor dit laatste heeft Roel van de Velde in Maastricht een vergelijkend onderzoek gedaan (‘Transitions in youth’), maar helaas opnieuw zonder te weten van welke scholen de gegevens afkomstig zijn. Waardoor worden leerlingenprestaties beïnvloed? Dat zijn vooral de achtergrondkenmerken en het schoolklimaat. Vooral de sfeer op een school is erg belangrijk. Een belangrijke bron van informatie hiervoor is het NIBUD (het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting). Zij doen al sinds 1984 geregeld scholierenonderzoeken onder leerlingen van een groot aantal scholen in het voortgezet onderwijs. Het doel van dit scholierenonderzoek is het in kaart brengen van gedrag, gezondheid, opvattingen en ideeën van deze generatie scholieren. De sfeer op scholen wordt daarin meegenomen en dat is een indicatie voor leerlingenprestaties. Zijn stelling is: ‘goede sfeer en veel leren liggen in elkaars verlengde’. Ik ben benieuwd wat Dronkers er van vindt om een keer een vak als geschiedenis mee te laten doen in het Pisa-project in plaats van iedere keer opnieuw taal, rekenen of andere exacte vakken. Recentelijk heb ik daarover nog contact gehad met Jules Pesschar uit Groningen. Hij is de persoon die voor het Nederlandse Pisa-project in de OECD in Parijs zit. Het zou beslist de moeite waard zijn om dat te onderzoeken, mailde hij me kort geleden nog. Volgens Dronkers zullen de schoolresultaten er hierdoor niet wezenlijk anders uit gaan zien. Het zou wel de acceptatiegraad van het onderzoek verhogen. Maar áls er dan toch meer geld aan Pisa besteed zou moeten worden, wat niet te verwachten is, dan zou hij liever een longitudinaal onderzoek willen zien, zoals een vergelijking van resultaten tussen 15 en 18-jarigen. Als we het over Italië hebben in het kader van internationale leerstandaarden, zoals het baccalaureaat, valt het volgens Dronkers op dat er veel aanvragen zijn voor onderzoekplaatsen en beurzen uit alle EU-landen, maar dat die minder snel toegewezen worden aan Italianen vanwege aanzienlijke achterstanden in de moderne vreemde talen. Die talen zijn gewoon noodzakelijk voor wetenschappelijke onderzoeken. Veel Italianen beschouwen het internationale onderzoekscircuit als een ‘way out’ uit hun systeem. Het verbaast hem trouwens dat veel jongeren zich verzetten tegen een liberalisering van de arbeidsmarkt in Italië. Ze laten zich daarbij wellicht eerder leiden door anti-Berlusconi-sentimenten dan door hun eigen belangen. De Italiaanse arbeidsmarkt zit dicht: het is weinig flexibel, tijdelijk werk of arbeidsbureaus komen vrijwel niet voor en er is sprake van veel coöptatie en vriendjespolitiek. Je komt er als jongere bijna niet tussen. Zij hebben er juist baat bij als de arbeidsmarkt flexibeler wordt. Bovendien moeten ze er rekening mee houden dat er in de toekomst sprake zal zijn van een internationale diplomaconcurrentie waardoor een Italiaans diploma wel eens weinig waard zou kunnen blijken te zijn. Daarom zou een Italiaans Cito geen gek idee zijn: centrale examens om scholen ‘binnen de touwen’ te houden en waarbij sprake is van kwaliteitsgarantie. Zowel in Italië als in Nederland zal goed nagedacht moeten worden over het spanningsveld tussen autonomie van de scholen enerzijds en landelijke eisen d.m.v. centrale examens anderzijds. Hierbij kan in de nabije toekomst de wijk of de naam van een school wel eens doorslaggevend blijken voor de schoolkeuze van ouders. En de Nederlanders mogen bovendien nog oppassen met hun huidige cultuurrelativisme dat zich o.a. uit in te weinig geschiedenisonderwijs. Nederland doet het nu in internationaal verband nog goed, o.a. met het Pisa-project, maar dit zou de komende jaren wel eens drastisch kunnen veranderen als gevolg van de toenemende concurrentie van scholen en het teren op kwaliteit uit het verleden.
Bij het afscheid geef ik Jaap Dronkers het proefschrift van Henk Moelands cadeau. Hij is zelfs bereid om voor Henk op de foto te gaan met het boek. Daarna begeleidt hij me naar de uitgang en wijst me een mooie weg terug naar het lager gelegen dorp waar de auto staat. Vervolgens wil ik toch iets van Fiesole zien en besluit ik weer terug naar boven te rijden. Daar ga ik op een terrasje zitten om wat te eten en te drinken. Helaas hangt er een dikke smoglaag boven het dal zodat er van een mooi uitzicht op Florence geen sprake is. Jammer, maar bij het VVV heb ik een mooie rondwandeling van drie kwartier te pakken gekregen. Die leidt me via de Basilica van Sant’ Alessandro naar het prachtige kerkje van Sint Franciscus, bovenop de heuvel. Daarna begin ik aan de afdaling en kom ik via een merkwaardig langgerekt kerkhof uit bij archeologische opgravingen. Uiteindelijk bereik ik weer het plein waar de auto staat. Op de weg terug naar San Donato neem ik niet de autoweg maar de Chianti-route die slingert door het Toscaanse landschap. Prachtige uitzichten glijden aan me voorbij. Als ik in het huisje kom, werk ik het gesprek met Dronkers uit en bel even naar huis. Sjef, Jeske en Huub Hacking komen terug van een lange en mooie wandeling. Sjef en Huub zorgen voor het eten en daarna ontspint zich een discussie over zin en onzin van een historische canon. Ook de vaderlandse canon van Jan Bank en Piet de Rooy komt ter sprake. Het ligt er maar aan vanuit welk perspectief je het bekijkt om te bepalen of het een waardevolle bijdrage levert aan de ontwikkeling van historisch besef of niet. Als algemeen discussiestuk en voor de Nederlanders die behoefte hebben aan een historisch overzicht lijkt het me geen probleem. Als basisdocument om er in het onderwijs mee te werken wel. Aangezien Piet de Rooy ook meegewerkt heeft aan een naar hem genoemde commissie is er op zijn minst sprake van enige onduidelijkheid over de status van dit document: wat moet je ermee in het onderwijs?! Het is ook tegenstrijdig aan wat de Commissie De Rooy in haar eindverslag heeft opgenomen, namelijk een globaal overzicht met kenmerkende aspecten. Zelf ben ik van mening dat voor het onderwijs beide documenten niet werken: er zal enige mate van specificering of explicitering, liefst aan de hand van basisinzichten met duidelijke uitwerkingen en verbanden, nodig zijn om er in het onderwijs mee uit de voeten te kunnen. Dit geldt zowel voor schoolboeken als voor toetsing. Voor mensen die niet in het onderwijs werkzaam zijn, is het soms lastig uit te leggen wat er allemaal speelt bij het schoolvak geschiedenis. Dat bleek vanavond eens te meer.
Dinsdag 22 maart
Vandaag gaan we een wandeling maken van de Via Francigena (de weg van de Franken). Dit was een middeleeuws pelgrimspad dat liep van Canterbury in Groot-Brittannië via Frankrijk naar Rome. Als je wilde kon je daarna nog doorlopen naar Jeruzalem. Wij houden het vandaag bij de etappe van Monteriggioni naar Siena, ruim 20 kilometer. In het voormalige vestingplaatsje Monteriggioni drinken we koffie op het dorpsplein. We verlaten het dorp met de prachtige muren en torens opnieuw bewapend met de nodige flessen wijn. Ze gaan er snel doorheen deze dagen. Het is ideaal wandelweer. Als we omkijken, zien we Monteriggioni als een kroon bovenop de heuvel liggen in een verder kaal landschap. We komen langs schilderachtige plekjes als Manderlo, Cerbaia, Castello della Chiocciola en Villa. Vlak voor Siena gaat het zandpad over in asfalt en eindigt de wandeling in een buitenwijk. Een teleurstelling na zo’n prachtige wandeling. Het laatste stukje in de stad pakken we de bus. Op het Piazza del Campo nemen we een ijsje en daarna gaan we het Palazzo Pubblico bezoeken, vooral om de Ambrogio Lorenzetti-fresco’s in de Sala della Pace te bekijken, die van het goede en het slechte stadsbestuur. Op mijn werkkamer op het Cito heb ik kopieën ervan aan de muur hangen. Omdat we vrij laat zijn, loopt er bijna niemand meer rond in de zalen. We hebben alle tijd en rust om naar de afbeeldingen te kijken. In deze ruimte moest de ‘Raad van Negen’ vergaderen en zich bij haar besluiten laten leiden door wat voor Siena het beste zou zijn. Alleen dan zou er sprake zijn van economische voorspoed. Slecht stadsbestuur, zo laat de tegenover liggende wandschildering zien, leidt tot ellende en verderf. Het was de eerste keer dat een frescocyclus gewijd was aan een niet-religieus onderwerp en is daarom uniek te noemen. Het is de derde keer dat ik de schilderingen zie, maar het blijft boeien. Na een korte wandeling richting de Dom, keren we huiswaarts. Jeske heeft lekker gekookt, de wijn smaakt goed en na het lezen gaan we moe maar voldaan naar bed.
Woensdag 23 maart
Terwijl Sjef, Jeske en Huub Hacking weer gaan wandelen, maar nu in Le Crete, ga ik op weg naar Bernardo Draghi, een voormalig docent geschiedenis. Hij is tegenwoordig hoofd van een basisschool in San Piero a Sieve, actief lid van Clio’92 en penningmeester van Euroclio. Vanwege een oud adres kom ik eerst uit in Santa Brigida, waar hij al een tijd niet meer woonachtig is. De plaats San Piero a Sieve is niet erg indrukwekkend. De school ligt aan de hoofdweg en is zo gevonden. Het is leuk Bernardo weer te zien. Ik heb hem twee jaar geleden ontmoet tijdens het jaarcongres van Euroclio in Bologna. Hij vertelde toen het een en ander over het voortgezet middelbaar beroepsonderwijs in Italië. Het schoolgebouw ziet er onderkomen uit. Hij wijst me op scheuren in het gebouw en bruine strepen langs de muur van het regen- en smeltwater. Op sommige plaatsen is het pleisterwerk van de muur gehaald en zijn op het beton sommige gaten en krijttekeningen te zien. Er vindt momenteel onderzoek plaats naar de fundering van het gebouw. We zitten in een aardbevingsgevoelig gebied, dus niet onbelangrijk. De plaatselijke overheid is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gebouw, maar je weet nooit van te voren wanneer ze iets komen doen en … of ze wel iets komen doen. Het hoofdgebouw waar 300 leerlingen zitten maakt onderdeel uit van een complex van 5 gebouwen, verspreid over twee dorpen. In totaal telt de school 800 leerlingen. Het betreft een kleuterschool, lagere school en onderbouw van het voortgezet onderwijs, de voormalige scuola media. Bernardo neemt me mee naar een cafeetje voor een kop koffie en zucht eens diep als we het over het Italiaanse onderwijs en de Italiaanse politiek hebben. Er is nu een nieuwe wet aangenomen voor het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs, maar niemand houdt zich daaraan en gaat gewoon op de oude voet verder. In zekere zin ook wel goed en begrijpelijk, want de nieuwe wet deugt niet volgens hem. De didactische aanpak blijft ongewijzigd en er is weinig controle op wat er in de scholen gebeurt. Ook hij zou een versterkt Italiaans Cito (Invalsi) toejuichen. Zelf is hij direct betrokken bij het instituut dat zich voor alle schoolvakken bezig houdt met didactiek (Indire). Op mijn vraag of hij zijn docenten enthousiast krijgt om gebruik te maken van de veelheid aan materiaal via de website van Indire, trekt hij een beetje verontschuldigend zijn schouders op. Hopelijk raakt iemand een keer enthousiast en worden daarna ook anderen enthousiast. Op dit moment kan hij zijn docenten nergens toe verplichten (ze worden betaald door Rome en hebben een ijzersterke rechtspositie). Bernardo houdt zich bij Indire steeds meer bezig met assessment, iets wat ik niet moet vergeten als ik weer bij het Cito ben. Het nieuwe curriculum voor geschiedenis is weinig vernieuwend en uitdagend. Ik krijg een boekje mee van het ministerie van Onderwijs (februari 2004) met alle curricula voor alle vakken. Geschiedenis is vooral de traditionele, politieke overzichtsgeschiedenis. Er worden geen didactische tips of mogelijkheden gegeven voor de implementatie van het programma. Opnieuw zullen de schoolboeken bepalend zijn voor het onderwijs: de docenten spelen op zeker en volgen de boeken overwegend slaafs. Hij staat een vorm van geschiedenisonderwijs voor waarbij vooral voor basisschoolleerlingen en leerlingen voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs veel met beelden en tijdbalken gewerkt wordt en waarbij het mogelijk is om verschillende samenlevingstypen met elkaar te vergelijken. Het gaat daarbij niet om volledigheid, maar om bepaalde aspecten van het dagelijkse leven er uit te lichten die herkenbaar en relevant zijn voor leerlingen. Wat er precies gaat gebeuren met het geschiedenisonderwijs in Italië weet hij niet. Misschien zal er in de toekomst wel sprake zijn van urenreductie, maar iedereen is het erover eens dat alle leerlingen tot 18 jaar in een of andere vorm geschiedenisonderwijs moeten hebben. We nemen na twee uur praten hartelijk afscheid van elkaar met de plechtige belofte elkaar het volgend jaar tijdens de jaarconferentie van Euroclio in Malta weer te zien. In de schoolgang zijn kindertekeningen te zien van een kasteel. Het blijkt het kasteel van Scarperia te zijn, een plaatsje vlakbij. Daar ga ik nog even naar toe. Het 14e-eeuwse Palazzo dei Vicari is helemaal bedekt met verschillende soorten wapenschilden die bevestigd zijn aan de voorgevel. Op de terugweg heb ik dit keer wél een mooi uitzicht over Florence: er is vandaag vanwege een beetje motregen minder last van smog. Als ik naar ons dorpje rijd, kom ik langs een terracottafabriekje. De prijzen zijn er ondanks een korting van 20% toch nog erg hoog. De rest van de middag gebruik ik om het verslag van twee dagen bij te werken. Als Sjef, Jeske en Huub thuis komen, gaan we om de hoek naar restaurant La Toppa. Er zit niemand. We hebben het rijk alleen. Voor we het weten staan er drie verschillende schotels pasta op tafel met lekkere wijn erbij. Vervolgens krijgen we kalfsvlees met spinazie en bonen. De stemming zit er al goed in als de eigenaar met ons in gesprek raakt. Eigenlijk is het Huub Hacking die hem vraagt of hij voor de paasdagen nog een overnachtingadres weet. Dat weet hij wel: bij de buren! Of wij trouwens ook wel weten wie hier wel eens komt eten?! Nou, hare majesteit Trix, la regina Beatrice! Haar buitenhuis is hier vlakbij. Hij pakt een plattegrond en tekent in waar haar huis staat. Als we al behoorlijk aangeschoten zijn, gaan we naar de ‘buren’. Je kunt het er van de buitenkant niet aan af zien, maar achter deze muren bevindt zich Palazzo Malespina, een fantastisch mooi onderkomen. We krijgen een korte rondleiding door de kamers, de een nog mooier dan de ander. Inmiddels krijgt Jeske de slappe lach en probeert Huub met tactisch onderhandelen (de eerste twee paasdagen is er geen plaats meer) er onderuit te komen. Dit paleis is wel even wat anders dan de bezemkamer waar hij nu in slaapt, maar het gaat ook zijn budget aanzienlijk te boven. In een jolige stemming gaan we weer terug naar ons huisje. Het is wederom een gezellige dag geweest.














