vrijdag 4 tot en met zondag 6 maart
Vrijdag 4 maart 2005
Om 6 uur opgestaan voor het begin van de grote reis, de kleine ‘Grand Tour d’Italia’. Buiten vriest het 15 graden. Het is de koudste dag in maart ooit gemeten in Nederland. In Friesland is het zelfs kouder dan 20 graden onder de nul. Door de sneeuw van de laatste dagen kan het plaatselijk zeer glad zijn. Zou ik wel gaan? Wat een idioot plan is dit eigenlijk. Gelukkig zijn dit maar kortstondige momenten van twijfel. De laatste zaken worden ingepakt, lunchpakket gemaakt en dan volgt het moeilijkste moment: afscheid nemen van Elly. Gelukkig gaat het goed, maar ze zal vast wel een traantje weggepinkt hebben nadat ik vertrok. Gelukkig is het niet glad onderweg. Daar staat tegenover dat het plaatselijk wel erg mistig is. De eerste CD van Van Morrison wordt gedraaid en mij kan niets meer gebeuren. De reis verloopt voorspoedig. Om 9 uur in Brohltal, 12.30 uur in Ulm, 15.30 uur in Zirl (bij Insbruck), 18.00 uur in Trento en om 20.30 uur sta ik al bij Manlio en Brigit in Conegliano voor de deur! In totaal 1300 km. in iets meer dan 13 uur. Maar goed dat Elly niet naast mij heeft gezeten in de auto. De ontvangst is zeer hartelijk. Spullen uitgepakt, over de reis verteld, hapje eten en cadeaus gegeven. Manlio is zeer verguld met de CD’s van Vivaldi en Rossini en Leo met de halsketting die Femke uitgezocht heeft. Helaas heeft Brigit het boek van Geert Mak al (‘In Europa’). Voor haar zal ik dus iets nieuws moeten zoeken als ik thuis ben. Ik krijg deze week de kamer van Giovanni: een ruime kamer met een groot bed. Moe maar voldaan val ik als een blok in slaap. De eerste dag zit er op!
Zaterdag 5 maart
Manlio, Brigit en Leontien moeten op zaterdagochtend nog naar school. Ik heb het rijk alleen. Om 9 uur opstaan, douchen, ontbijten. Waar zal ik de eerste dag mee beginnen?! Wat een luxe! Ik besluit eerst de hond Orso (=beer) uit te laten, daarna de krant te lezen en vervolgens een wandeling te maken naar il Castello, op de top van de heuvel. Ook in Conegliano heeft het de afgelopen dagen flink gesneeuwd. Het is veel te koud voor de tijd van het jaar en iedereen lijkt wel verkouden. De wandeling doet me aan de ene kant goed na een dag in de auto te hebben gezeten, maar aan de andere kant speelt de pijn aan mijn rechtervoet me ongekend veel parten. Geen goed teken. Een kopje cappuccino gedronken in het barretje bij het kasteel en daarna terug gewandeld. Rond het middaguur ben ik weer ‘thuis’. Ondertussen is iedereen er weer en moet er pasta gegeten worden, in Italië een dagelijkse gewoonte tussen de middag. Prettig voor alle gezinsleden, minder prettig voor de Italiaanse huisvrouw: twee maal per dag warm eten bereiden. Het middagdutje wordt vandaag overgeslagen, zeer ongebruikelijk, omdat er vóór de grote drukte in een warenhuis een digitale fotocamera voor Leontien gekocht moet worden, een verlaat verjaardagscadeau. Van mij krijgt ze het tasje om de camera in te doen. De rest van de dag brengt ze door om precies te weten hoe de camera werkt. Manlio en ik wandelen naar het dorp om twee boekwinkeltjes te bezoeken. Daar koop ik een geïllustreerd boekje over de gebouwen van Andrea Palladio. Ik hoop dat ik daar nog iets van kan zien, want in de Veneto staan veel gebouwen die hij ontworpen heeft. Aan het begin van de avond komt de familie van Manlio op bezoek: nonno e nonna (opa en oma), de broer Marcellino met vrouw en dochter (Dora, ze was met kerst ook bij ons op bezoek) en een andere broer Gianfranco, om de 83e verjaardag van opa te vieren. Iedereen heeft wat te eten en te drinken meegenomen. Aan een lange, gedekte tafel hebben we vervolgens de hele avond gepraat, gegeten en gedronken. Enkele flarden van de gesprekken heb ik geprobeerd hieronder samen te vatten. De vrouw van Marcellino geeft Engelse les op een technische school, maar zit sinds enkele maanden met onbetaald verlof thuis. De frustratie komt al snel naar boven: ze moet kinderen op school technisch Engels bijbrengen dat enige relatie vertoont met het later uit te oefenen technische beroep. De kinderen tonen hiervoor echter geen enkele belangstelling en zijn niet te motiveren. Een fatsoenlijke zin in het Engels spreken en schrijven kunnen ze niet, laat staan dat ze technisch Engels moeten leren. Zij pleit voor het bijbrengen van de Engelse taal waar leerlingen later in het dagelijkse leven nog iets aan hebben. Stof om over na te denken als we bij het Cito verder gaan met de pilot integratie van de algemeen vormende vakken in de beroepsgerichte programma’s. Dan speelt er op dit moment nog het proces om de leerling van wie de mobiele telefoon is afgenomen in de klas. De docent was het zo beu dat hij de betreffende leerling bij de arm nam en de mobiele telefoon afpakte. De leerling klaagde over ‘fysiek geweld’, vooral omdat ze op de plek waar de docent haar had vastgepakt een piercing had. De ouders spanden een proces aan, de schoolleiding deed niets, de leerkracht stond alleen en … verloor het proces! Nog een voorbeeld. Meer dan 90-95% van alle scholen in Italië behoort tot de openbare scholen, maar het katholicisme is overal zichtbaar aanwezig. Onder andere Islamitische groeperingen hebben hiertegen geprotesteerd. De nationale regering zegt dat het niet haar verantwoordelijkheid is, maar die van de regionale overheden. Hier in het noorden hebben de rechtse partijen Lega Nord en Forza Italia het voor het zeggen. Zij zijn daarmee ook verantwoordelijk voor de inrichting van de scholen. En jawel, wat hoort er bij het noodzakelijke interieur van de scholen in ieder klaslokaal? Een kruisbeeld! Na deze affaire zijn er door de regionale overheid massaal extra kruisbeelden besteld en afgeleverd op de scholen ter aanvulling van het bestaande schoolmeubilair. Ten slotte nog iets over de kwaliteitsbewaking in het Italiaanse onderwijs. Op mijn vraag aan Marcellino, docent management en organisatie en economische vakken op een technische school, wie de kwaliteit van het gegeven onderwijs controleert en waarborgt, geeft hij tot mijn niet lichte ontsteltenis het antwoord: niemand! Het schriftelijk eindexamen bestaat uit drie onderdelen: la prima prova, la seconda prova en la terza prova. De eerste twee examens zijn centraal schriftelijk, het derde is een schriftelijk schoolexamen. Italiaans is een voor iedereen verplicht centraal schriftelijk examen (La prima prova). Het examen bestaat vooral uit schrijfvaardigheid, met de nadruk op het schrijven van betogen in correct Italiaans. Daarnaast wordt een tweede vak centraal schriftelijk geëxamineerd (La seconda prova), afhankelijk van het type school waar je op zit. Zo wordt op een Liceo classico óf Latijn óf Grieks als tweede vak centraal geëxamineerd en op een Liceo tecnico-scientifico wiskunde óf scheikunde (toewijzing van het te examineren vak en de inhoud daarvan volgt pas in de loop van het examenjaar, maar vóór 10 april). Brigit laat me zien wat dat betekent voor het vak Duits op het Istituto Tecnico per il Turismo. Het examen uit 1999 betrof een leestekst over de Inka’s en hun rijk met drie soorten vragen: tekstverklaringvragen, een samenvattingopdracht van de tekst in 5-6 zinnen en een schrijfvaardigheidopdracht (‘Een groep van 15 studenten wil graag een reis van drie weken maken naar Zuid-Amerika en ongeveer 10 dagen in het gebied van de Andes doorbrengen. Maak een voorstel voor een dergelijke reis waarbij ingegaan wordt op zowel de archeologische bezienswaardigheden als de klimatologische en landschappelijke kenmerken van het gebied van de Andes.’). Ga er maar aan staan met Italiaanse kinderen die de Duitse taal nauwelijks machtig zijn … . De derde vorm van examens bestaat uit een schriftelijk schoolexamen met een interdisciplinaire aanpak van vier of vijf vakken (La terza prova). Een combinatie van de behaalde schoolcijfers van de laatste drie jaar (maximaal 20 punten), de punten behaald bij de drie schriftelijke eindexamens (3 x 15) én het mondeling examen (35 punten) levert maximaal 100 punten (=10) op. Je bent geslaagd als je minimaal 60 punten hebt behaald. Dat betekent dus dat de invloed van de centraal schriftelijke examens op het totale eindcijfer 30 van de 100 punten bedraagt (prima en seconda prova samen). Alle andere te behalen punten worden bepaald door de school, onder toezicht van een examencommissie. De school heeft dus grote invloed op het eindcijfer, niet alleen 70 van de 100 punten, maar ook de correctie van de 30 punten die te behalen zijn bij het centraal schriftelijk vindt uitsluitend plaats onder de verantwoordelijkheid van de betrokken docent. Bij de correctie van de examens werden vroeger docenten uit het hele land ingezet. Zij gingen op de toegewezen scholen ter plekke de examens afnemen, als een soort externe veldlegitimatie. Vijf van de zes examinatoren kwamen van buiten de school. Het maakte niet uit waar in Italië de betreffende school stond. Dat is nu afgeschaft: het werd te duur en de buitenwereld beschouwde het te veel als vakantie. De correctie wordt nu aan de school en de docent zelf overgelaten. Mijn inschatting is dat om te voorkomen dat men elkaar beschuldigt van oplichting of discriminatie of dat de onderlinge verschillen tussen scholen in Noord en Zuid-Italië te veel aan de oppervlakte komen, men besloten heeft de kwaliteitsbewaking zoveel mogelijk aan de scholen en de leerkrachten zelf over te laten. Dat valt allemaal onder de autonomie van de school. De docenten moeten zelf nauwgezet bijhouden wat ze in een bepaald schooljaar van plan zijn te doen en wat ze daarvan daadwerkelijk hebben uitgevoerd. Verder is er geen sprake van een onderwijsinspectie die toezicht houdt op de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs. Docenten kunnen grotendeels doen en laten wat ze zelf willen, mits ze het maar kunnen verantwoorden. Daarvoor is een soort boekhoudschrift ontworpen dat in heel Italië gebruikt wordt. In dat schrift houdt iedere docent de resultaten bij van mondelinge en schriftelijke overhoringen en wat ze inhoudelijk op welk moment in de klas behandeld hebben. Op sommige scholen moeten ze daar bovenop iedere drie maanden een lijstje invullen of ze op schema liggen, wat natuurlijk bij bijna iedere docent het geval is … . Er bestaat natuurlijk wel zoiets als een curriculum voor ieder vak, maar ja, wat heb je er aan als iedereen dat op zijn of haar manier invult zonder enige vorm van interne of externe controle. Op mijn opmerking dat dit systeem vroeg of laat implodeert omdat het tot een inflatie van de waarde van diploma’s leidt, werd opgemerkt dat dit zeker in de toekomst het gevolg zou kunnen zijn, maar dat het nu nog werkt. Tegelijkertijd mag aan de andere kant niet getwijfeld mag worden aan de integriteit, de zorg en de inzet van de individuele docent. Voor de mensen met wie ik tot nu gesproken heb, is dat zeker het geval, maar of dit voor iedereen het geval is, betwijfel ik. Voeg daarbij de slechte salariëring (ongeveer 1200-1300 euro per maand netto voor een fulltime baan, zonder enig carrière perspectief), dan werkt het geheel niet echt motiverend. Je hebt vaak een bijbaantje nodig om rond te komen, zeker in het Noorden waar alles veel duurder is dan in het Zuiden. Verder vrees ik dat Italië met dit systeem in de toekomst in Europa niet ver zal komen. Ze zullen door de mand vallen in internationaal verband als het gaat om het vergelijken van de waarde van diploma’s. Ook zal er voor de Italianen niet of nauwelijks een buitenland zijn zolang ze geen buitenlandse talen spreken. De vakken waar ze heel veel waarde aan hechten en waar ook een lange traditie in is opgebouwd, zijn vooral de vakken geschiedenis, kunstgeschiedenis en filosofie, in combinatie met mondelinge vaardigheden. Daar kunnen we in Nederland nog veel van leren en dat is wat ik de komende weken nader wil gaan onderzoeken. Nonno blaast de kaarsjes uit van de taart en daarmee is de verjaardag afgelopen.
Zondag 6 maart
We slapen een beetje uit na de vermoeiende dag van gisteren. Lekker ontbeten en daarna gaan we een wandeling maken in de heuvels rondom Conegliano. De zon schijnt en het is helder weer. De eerste primula’s staan in bloei en banen zich een weg door het besneeuwde bermgras. De druivenranken waar de fameuze prosecco van gemaakt wordt, zijn voor het grootste deel gesnoeid. Sommige boomstammetjes die dienen om de struiken te leiden, worden vervangen door betonnen paaltjes. Landschappelijk is dat geen mooi gezicht, maar uit economische overwegingen begrijpelijk. Orso geniet met volle teugen. Na de wandeling gaan we Osteria all’Antica Guizza in. Daar nemen we staand aan de bar een spritz (combinatie van witte wijn, water, Aperol/Martini en citroen) met lekkere geitenkaas en rolletjes ansjovis. Daarna rijden we via een toeristische weg terug naar Conegliano om … pasta te eten thuis! Het is er weer tijd voor. De middag gebruik ik vooral om dit verslag te schrijven en met Manlio te praten over de inrichting van het Italiaanse onderwijs. Niet eenvoudig allemaal, vooral omdat het moeilijk te vergelijken is met het Nederlandse onderwijssysteem. In grote lijnen komt het op het volgende neer:
. kleuterschool, duurt 3 jaar (Scuola Materna; van 3 tot 5 jaar); niet verplicht
. basisonderwijs, duurt 5 jaar (Scuole Elementare; van 6 tot 11 jaar); verplicht
. middenschool, duurt 3 jaar (Scuole Media; van 11 tot 14 jaar); verplicht
. bovenbouw van het voortgezet onderwijs, duurt 3-5 jaar (Scuola Secondaria Superiore; van 14 tot 17 of 19 jaar); gedeeltelijk verplicht.
De leerplicht geldt tot 16 jaar. Dat wil dus zeggen dat er minstens nog twee jaar op de Scuola Secondaria Superiore moet worden doorgebracht. Voor de probleemkinderen, in welke zin dan ook, is het mogelijk om die twee jaar op een speciale school door te brengen die voorbereidt op een vak, een soort leerwerktraject. Hoe groot deze groep is, weet ik niet.
Het voortgezet onderwijs is grofweg in te delen in de volgende sectoren.
. de lycea, bij ons HAVO/VWO (Liceo classico: cultureel; Liceo Linguistico: taal; Liceo scientifico: wiskunde en de natuurwetenschappen, Liceo Scienze Sociali: geschiedenis en sociale wetenschappen); aansluitend universiteit;
. technisch onderwijs, bij ons het MBO, voorbereiding op beroepssectoren als handel, toerisme, industrie, transport, bouw, landbouw en zorg (Istruzione Tecnica); mogelijkheid om door te stromen naar universiteit;
. vakonderwijs, bij ons het MBO, opleiding voor een bepaald vak (Istruzione Professionale, driejarige kwalificatiecyclus en een tweejarige vervolgcyclus)
Een bijzondere vorm van onderwijs vormen de kunstopleidingen, bij ons conservatorium en kunstacademie. Deze leiden op voor beeldende kunsten, muziek en theater (Istruzione Artistica, onder te verdelen in Liceo Artistico (4 of 5 jaar) en Istituti d’Arte (3 jaar)). Mijn onderzoek(je) richt zich vooral op het geschiedenisonderwijs in de beide laatste vormen van onderwijs: Istruzione Tecnica en Istruzione Professionale. De manier waarop het centrale examen geregeld is, heb ik beschreven in het verslag van gisteren.
Terwijl ik dit verslag schrijf, zijn zowel Manlio als Brigit de hele dag bezig met het voorbereiden van lessen of de correctie van proefwerken; Leo is de ook de hele dag bezig, maar dan met haar huiswerk. Het leven valt niet mee als docent en als leerling in Italië, tenminste … als je er serieus werk van maakt. Dat is de vrijheid van onderwijs in Italië: als je weinig doet is het goed, als je veel doet ook. Waar doet me dit aan denken?!
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home