24 maart tot en met 3 april 2005
Donderdag 24 maart 2005
De komende tien dagen heb ik geen afspraken meer en ga ik lekker genieten van de omgeving en de vrije tijd. De dag begint met regen, de eerste keer tijdens mijn verblijf in Italië. We besluiten vandaag een korte wandeling te maken in de buurt van de abdij Badia a Passignano en dus ook in de buurt van het buitenverblijf van onze hare majesteit. Helaas is de abdij gesloten. Van daar uit nemen we een wandelpad dat ons voert naar Podere (= boerderij) Pratale, volgens de informatie van de restauranteigenaar de residentie van Trix. Als echte royalty-watchers komen we bij het landgoed aan. Een hoge omheining en televisiecamera’s zorgen voor de beveiliging. We zien auto’s staan maar weten niet of de koningin de paasdagen hier doorbrengt. Het is een mooi verblijf met in ieder geval een tennisbaan erbij. Verder hebben we als paparazzi niets te melden over onze hare majesteit. We laten haar met rust en lopen terug. Onze belastingcenten zijn goed besteed. Tussen de middag nemen we in de plaatselijke bar van San Donato koffie en een stukje pizza. Sjef en Jeske doen wat inkopen en vertrekken daarna. Ze willen ergens in de buurt van Oostenrijk overnachten en in de loop van morgen thuis komen. Huub H. en ik maken het huisje een beetje schoon en doen de was. Gewapend met de laptop onder de arm gaan we naar het dichtstbijzijnde plaatsje met een internetverbinding: Tavernelle (Val di Pesa). We lopen wat rond, drinken koffie en in een kantoorboekwinkel kan ik de tekst van de afgelopen week op mijn weblog zetten. Helaas is het niet mogelijk mijn laptop aan te sluiten om er ook foto’s aan toe te voegen. De telefoonplug past niet. Als we in San Donato zijn, gaat Huub H. op zoek naar een kamer voor de komende week. Het huisje is gewoon te klein en de bezemkast niet erg gerieflijk om in te liggen. We doen samen boodschappen in bijna alle winkeltjes van het dorp. Als ze ons nou nog niet kennen … . Huub maakt een grote pan soep, ook bedoelt voor morgen, ik hang de was op en daarna bel ik mijn moeder en Elly. Ze heeft zin in de vakantie en verheugt zich er op een paar dagen naar Toscane te komen. De rest van de avond genieten we van de soep van Huub, de wijn en het lezen van een boekje. We zijn met weinig tevreden. Wat wil een mens nog meer. En voor één nacht hoeft Huub niet in de bezemkast te slapen.
Vrijdag 25 maart
Huub H. is bezig een grote pan soep te maken voor vanavond terwijl Huub K. de was doet. We maken vandaag een toer door het binnenland van Toscane, op weg naar het vliegveld van Pisa waar Elly, Bram, Lars, Femke, Harry en Maria aan het eind van de middag aankomen. De eerste tussenstop is Certaldo, d.w.z. het oude, hoger gelegen gedeelte. Dit is de plaats waar de schrijver Giovanni Boccaccio (1313-1375) begraven ligt. We parkeren de auto op een verboden plek midden in de oude stad en wandelen vervolgens door de knusse straatjes. In het kleine 13e eeuwse kerkje Ss. Michele e Jacopo ligt de grafsteen van Boccaccio, midden in het gangpad. Het vlakbij gelegen Casa di Boccaccio heb ik enkele jaren geleden al een keer bezocht. Omdat er weinig te zien is, lopen we het nu voorbij. Het interessantste gebouw is het 13e eeuwse Palazzo Pretotrio, gebouwd als residentie voor de Florentijnse stadhouders. Hun wapenschilden zijn aan de gevel bevestigd. Gewapend met de nodige flessen wijn versierd met het portret van Boccaccio verlaten we het dorp richting San Miniato. Op een oude landkaart van Toscane had ik bij deze plaats geschreven ‘gebroeders Taviani’. We parkeren de auto in het centrum tegenover de Dom. Dit is de plek waar in 1944 dorpsbewoners in de kerk bijeen werden gedreven en vervolgens werden opgeblazen. Althans, zo gaat het verhaal. Het gegeven is gebruikt als basis voor de film ‘La notte di San Lorenzo’ van de gebroeders Taviani; de rest is verzonnen. We lopen via het Piazza della Repubblica met mooi versierde gevels met fresco’s en religieuze teksten van o.a. paus Gregorius (590-604) op het gebouw van het seminarium naar de herbouwde 13e eeuwse Rocca (burcht), in opdracht gebouwd door Frederik II (1191-1250). De keizer bouwde deze burcht om de Toscaanse steden die zichzelf in de 13e eeuw steeds vaker onafhankelijk verklaarde beter onder de duim te houden en als strategisch punt van waaruit hij met zijn Ghibellijnse (= keizerlijke) bondgenoten beter de Welfen (= pausgezinden) kon bestrijden. In het lager gelegen gedeelte van San Miniato lopen we over het pleintje waar Napoleon geweest is. Daar spreken we een oudere dorpsbewoner die ons iets meer vertelt over de gebeurtenis tijdens de oorlog in de Dom. Hij zegt dat het ging om 50 dorpsbewoners die volgens een Duitse versie door mijnen en volgens een Amerikaanse versie door granaten zijn gedood. Nou ja, het resultaat was hetzelfde. Volgens hem gebruikten de gebroeders Taviani voor hun film de kerk en het centrum van Empoli. Na dit plaatsje vol verrassingen rijden we door naar het vliegveld van Pisa. Daar vindt rond 17.00 uur het weerzien plaats met familie en vrienden. Harry haalt zijn huurauto op. Het kost nogal wat moeite de stad uit te komen en tot overmaat van ramp raken we elkaar ook nog kwijt. We zien elkaar tegen 9 uur ’s avonds weer terug in het huisje in San Donato waar een heerlijke soep en een lekker wijntje op ons wacht. Het is wel erg vol geworden in het huisje, maar met een beetje inschikken op de slaapkamer en in de bezemkast lukt het wel. Het is ook maar alleen voor de paasdagen, daarna gaan de kinderen weer terug naar huis.
Zaterdag 26 maart
De ochtend wordt besteed aan de dagelijkse dingen: uitgebreid eten, boodschappen doen, afwassen, het huis opruimen, enz.. Aan het begin van de middag gaan we op weg naar San Gimignano, al bijna zes jaar op rij een vaste bezoekplek. De middeleeuwse sfeer van de plaats, waar geen gemotoriseerd verkeer is toegestaan, in combinatie met de winkeltjes, de ijsjes en het eten blijven aantrekkelijk. Op het Piazza della Cisterna, het hartje van de stad, staat een waterput waar we een foto van het gezin maken. Naast de dom is een klein pleintje, al jaren de plek waar de extravagante ‘meneer Schulz’ niet onverdienstelijk dwarsfluit speelt. Dankzij de sfeervolle omgeving en de mooie akoestiek van het plein is het iedere keer weer een genoegen om naar hem te luisteren. Het is inmiddels traditie geworden om te gaan eten in Osteria del Carcere (= de gevangenis) aan de Via del Castello 13. We worden er ook nu weer hartelijk ontvangen met een omhelzing en twee flinke zoenen. De ontvangst van het afgelopen jaar heb ik nog op de Dante-site staan bij Dante Privé. Het is alleen jammer dat de zaak vol zit. We moeten even wachten. Ter compensatie krijgen we allemaal een heerlijke rosé aangeboden om buiten op straat op te drinken. Daarna gaan we de soep eten waar we zo lang op hebben moeten wachten: de Pappa al Pommodore. Ook Harry, Maria en Huub H. komen er later bij zitten om rosé te drinken. We zijn de laatste gasten en als we afscheid nemen moet er eerst weer een foto gemaakt worden achter de bar met zijn allen. De Braziliaanse ober geeft ons, net als het afgelopen jaar, bij het verlaten van de osteria een heerlijke fles van die lekere rosé mee. Het is toch wel heel bijzonder als je bedenkt dat we hier zeven jaar geleden toevallig verzeild raakten met Manlio. Vanaf dat moment worden we altijd herkend als de ‘olandesi’. We slenteren door de Via San Matteo naar de Sant’ Agostino, speciaal om de frescocyclus over het leven van Augustinus te bewonderen die gemaakt is door de Florentijnse renaissanceschilder Benozzo Gozzoli. Deze kunstenaar had enkele jaren geleden al indruk op ons gemaakt in het kerkje van Montefalco in Umbrië. Mooie, levendige figuren (vooral het kind dat naar de billen van een baby kijkt die geslagen wordt door een man met een zweepje!), aandacht voor het landschap en het 15e-eeuwse plaatsje San Gimignano en het gebruik van diepte en perspectief. Daarna gaan we terug naar het huisje maar niet nadat Bram en Lars een flinke partij drank (met name Sambuco) ingeslagen hebben in de supermarkt. Van wie hebben ze dat toch?! Daarom sluiten ook wij ons maar aan en kopen de nodige flessen wijn voor de paasdagen. Huub H. en Bram maken een heerlijke kip in de oven klaar. De drankvoorraad komt nu goed van pas. Zingend gaan we de paasdagen in.
Zondag 27 maart (eerste paasdag)
We slapen lekker onze roes uit. Het paasontbijt is heerlijk, maar helaas is het weer nu omgeslagen: het regent aan één stuk door. Nu zien we ook hoe het is om in Toscane te zitten met slecht weer. Wandelen heeft weinig zin met dit weer. We besluiten om vandaag dan maar naar de grote stad te gaan: Florence. De auto wordt niet ver van het centrum langs de Arno geparkeerd. We lopen in de richting van de Ponte Vecchio. Bij iedere stap dichterbij regent het harder. We lopen langs het Uffizi-museum waar een lange sliert bezoekers wacht om binnen te komen. Dat doen we dus niet. Op de Piazza della Signoria maak ik vóór het Palazzo Vecchio een foto van de kinderen onder de kopie van het David-beeld van Michelangelo. We soppen verder richting de Dom, de Campanile en het Baptisterium en in ons kielzog soppen net zoveel mensen achter ons aan de dom in. De wierook van de paasmis van vanochtend is nog te ruiken. Het blijft toch een mirakel die dom en zeker de koepel. Een half jaar geleden heb ik het boekje van Ross King gelezen (‘De koepel van Brunelleschi’), dat nogal wat indruk op me heeft gemaakt. Als je weet met welke middelen en welke inzichten de koepel toen gebouwd is, krijg je toch wel groot respect voor deze architect. De (kopie van de) acht koperen afbeeldingen van Ghiberti’s Paradijspoort van het Baptisterium is een studie op zich waard. Thuis heb ik er een mooi boek van. Soms is het beter de studie thuis voort te zetten dan die ter plekke te verrichten. In de regen is het niet mogelijk lang stil te staan bij deze imposante deur. We drinken in een bar een warm drankje om weer op temperatuur te komen. Via de Chiesa di Dante en het Casa di Dante (helaas gesloten) lopen we volledig doorweekt terug naar de auto. De plensbuien blijven aanhouden tot we thuis zijn. Sommigen gaan een dutje doen, anderen een kaartje leggen en ik werk aan mijn verslag tot we naar de pizzeria bij ons om de hoek gaan (La Taverna di Ciccino van Andrea & C.). We hebben een grote tafel gereserveerd en de lekkere hapjes worden één voor één geserveerd. Onder het genot van de wijn en de hapjes zingen we de weersellende van vandaag van ons af. Na thuiskomst wordt nog fanatiek gekaart tot we instorten van vermoeidheid en naar het bed verlangen. Florence was niet wat we er van verwacht en gehoopt hadden en vooral voor de kinderen is het jammer. Morgen gaan ze alweer naar huis.
Maandag 28 maart (tweede paasdag)
De dag begint goed: we verslapen ons. Huub H. staat vergeefs aan de voordeur te bellen. Hij heeft lekker geslapen bij mevr. Elisa Prati, in ieder geval beter dan in de bezemkast. Na een haastig ontbijt spoeden we ons richting Pisa. Vijf weken geleden heb ik via Internet kaartjes besteld voor de beklimming van de toren. Ze zijn alleen geldig tussen 13.00 en 13.30 uur. Vandaag is het tweede paasdag en het lijkt erop alsof alle Italianen tegelijkertijd op de autoweg van Florence naar Pisa zitten. File dus. Na Lucca nemen we een weg binnendoor en om 12.55 uur rijden we Pisa binnen. De kinderen en ik springen de auto uit, Huub H. en Elly zorgen wel voor een geschikte parkeerplek. Bij het ticketoffice staat een rij wachtenden van zeker veertig tot vijftig meter. Ze kunnen me wat en brutaal loop ik de hele rij voorbij, leg mijn reserveringsbewijs op tafel, krijg mijn tickets en nog geen 10 seconden later wordt het groepje bezoekers opgehaald voor de beklimming van de toren. Gehaald! Tot 1990 kon deze toren, die 55 meter hoog is en ruim vier meter uit het lood staat, nog beklommen worden. Het is een rare gewaarwording de trappen te bestijgen van de meest besproken toren ter wereld. De kinderen worden steeds enthousiaster; het is bijna een kermisattractie voor ze! Het beklimmen van de afgesleten en uitgeholde marmeren treden, in de voetsporen van Galileo Galilei die zijn beroemde experiment bovenop de toren uitvoerde, is meer dan een kermisattractie, het is historische sensatie! Vanzelf ga je ook scheef lopen, in een vergeefse en idiote poging om tegenwicht te bieden, want stel dat dit het moment is dat de ruim 800 jaar oude toren besluit een verder voortbestaan voor gezien te houden. Het uitzicht op de dom en het baptisterium zijn fantastisch, een foto meer dan waard. De kinderen prefereren een foto met als achtergrond het voetbalstadion van Pisa. Bovenop de zuilengalerijen is als kroon op het gebouw de klokkentoren gebouwd, die ook nog beklommen kan worden. Als je daar weer bovenop staat grijp je alles vast wat je maar vast kunt grijpen. Je gelooft niet meer in een veilige afdaling. Bij de uitgang staan Elly en Huub H. te wachten. We spreken een tijdstip af dat we elkaar weer zien. Elly en ik lopen langs de dom en het baptisterium en bewonderen de de Pisaans-romaanse architectuur, gebouwd met het marmer afkomstig uit Carrara. De harmonie van de gebouwen op het Campo dei Miracoli dwingt telkens opnieuw bewondering af, ook al is dit de derde of vierde keer dat ik hier ben. Ik verricht vandaag op tweede paasdag een goede daad door voor mijn moeder een Maria-beeldje te kopen, maar niet nadat ik in haar geest eerst wat van de prijs afgedongen heb. Daarna werken we naar het moeilijke moment van het afscheid nemen toe. De kinderen vliegen vanuit Pisa terug naar Brussel. Het is de eerste keer dat ze samen, zonder ons, terugvliegen. In de loop van de avond komt het verlossende bericht: alles is goed gegaan en ze zijn weer veilig thuisgekomen!
Dinsdag 29 maart
We gaan met zijn allen vandaag wandelen in Le Crete, een desolaat erosiegebied met steile leemheuvels waar duidelijk de sporen te zien zijn van een weggespoeld en ingekeept landschap. Wat een prachtig, grillig, wild landschap! De auto wordt geparkeerd bij de abdij van Monte Oliveto Maggiore. Van daaruit maken we een mooie wandeling naar het schilderachtige plaatsje Chiusure. Op het uitgestorven dorpspleintje eten en drinken we wat en lopen door de smalle steegjes, versierd met keurig verzorgde bloembakken voor de deur. Een lust voor het oog! We lopen langs een pad naar beneden het dal in en behouden daarbij telkens de abdij in het oog. Omdat het vannacht behoorlijk geregend heeft, wordt het pad steeds glibberiger. We moeten oppassen niet onderuit te gaan. De lente dient zich aan door talrijke primula’s, viooltjes en andere kleurrijke bosbloemen. Een lust voor het oog. Borden maken duidelijk dat het verboden is truffels op te graven, voor menige Italiaan juist het teken om hier met hun hond te gaan wandelen. Uiteindelijk eindigen we bij de brouwerij en de achteringang van de abdij. Via een poort komen we uit bij de hoofdingang. We kopen wat spulletjes bij de abdijwinkel en gaan daarna het klooster in. Het werd in 1313 gesticht door de rechtsgeleerde Bernardo Tolomei uit Siena die hier met benedictijnen in afzondering leefde. Door de vestibule kom je uit bij het Chiostro Grande, de kruisgang, waar in 29 scènes het leven van Benedictus is afgebeeld. In de kerk die in barokke stijl is gebouwd valt vooral het koorgestoelte op: 48 stoelen met houten inlegwerk. Elly, Huub H. en ik besluiten om de rest van de middag door te brengen in Montalcino, een plaats waar we in het verleden veel keramiek hebben gekocht. Helaas, de winkel is er niet meer, maar Huub H. koopt hier wel zijn langgewenste fles Brunello-wijn. De avond wordt wederom afgesloten met een heerlijke maaltijd en weggespoeld met de nodige flessen Chiantiwijn. Was ik de eerste weken wat afgevallen, na deze twee weken in Toscane ben ik blij even geen weegschaal te zien.
Woensdag 30 maart
Het is stralend mooi weer vandaag, tijd om Florence een tweede kans te geven. We gaan met zijn vijven en parkeren de auto tussen de Piazza Tasso en de Via Ariosto. We verkeren in goed gezelschap dus. Van daar uit wandelen we naar Palazzo Pitti. Enkele jaren geleden ben ik hier een keer tijdens de zomervakantie geweest, niet om het te bezoeken, maar om onder de tafel in het boekwinkeltje een kaartje voor het Uffizi-museum te kopen. Daarmee moest ik naar de uitgang van het Uffizi-museum gaan en me melden. Vervolgens passeerden we toen de lange rij wachtenden (met opgeheven hoofd!) om zonder enige wachttijd binnen te komen. Typisch de Italiaanse manier om ergens binnen te raken! Helaas, de truc werkt niet meer en dus treedt plan B in werking: het bezoek aan het Palazzo Pitti zelf. Het paleis werd in 1457 oorspronkelijk gebouwd in opdracht van bankier Luca Pitti, maar omdat hij de bouwkosten niet meer kon opbrengen, hebben de Medici’s het gebouw van hem gekocht en vanaf dat moment woonden er de verdere heersers van de stad. Het is een kolossaal gebouw, een vorst waardig, ware het niet dat de Medici’s eigenlijk geen vorsten waren maar oorspronkelijk een machtige bankiersfamilie die later hertogen en pausen voortbrachten en nog weer later door gearrangeerde huwelijken doordrongen tot Europese vorstenhoven. Voor mij helaas niet meer weggelegd. We nemen een kaartje dat toegang verschaft tot zowel de tuinen als een (tijdelijke) tentoonstelling. Via het door Ammannati ontworpen binnenplein lopen we door naar de Giardino di Boboli, de Boboli-tuinen. Deze bevinden zich direct achter het paleis op een plek waar steen gewonnen werd voor de bouw van het paleis en waar in het daardoor ontstane amfitheater een podium gebouwd werd voor de allereerste operavoorstellingen. We klimmen langzaam naar boven naar de Neptunusfontein en van daaruit slalommen we langzaam via de cipressenlaan weer bergafwaarts naar l’Isolotto, het Klein Eiland. De beelden in en om de fontein zijn werkelijk mooi, mooier dan de tuin zelf, die een beetje tegenvalt omdat het niet zo goed onderhouden is. Eén beeld is fascinerend: de figuur die zittend op een paard uit het water omhoog lijkt te komen. Via het pad dat langs de oranjerie voert, komen we weer terug bij het paleis. Daar bezoeken we de tentoonstelling van Maria de Medici (1575-1642), die gehuwd was met Hendrik IV van Frankrijk en de moeder was van Lodewijk XIII. Hierna spreken we af ieder zijns weegs te gaan en elkaar om 5 uur te treffen bij de auto. Samen met Elly loop ik naar het centrum en ook wij maken een afspraak om elkaar iets later voor de dom weer te treffen. Ik ga haastig richting de San Lorenzo-kerk, de voormalige parochiekerk van de Medici-familie. Daar wil ik graag de beroemde maniëristische zandstenen trap van Michelangelo zien (ook gebouwd door Ammannati!) die leidt naar de fameuze bibliotheek. Maar helaas, vanwege werkzaamheden zijn beide dicht. Als ik de binnentuin betreed, herken ik onmiddellijk de plek waar ik begin jaren zeventig, toen ik 16 was, samen met mijn jeugdvriend Peter Haanen uit Tegelen ben geweest. Het beeld van de binnentuin en de kloostergang stond me nog goed voor de geest, maar ik wist niet meer bij welk gebouw het hoorde. Hier dus! Vanwege tijdgebrek bezoek ik de San Lorenzo-kerk verder niet meer en loop ik door naar de Galleria dell’Academia. Daar staat het originele beeld van de David van Michelangelo dat ik dertig jaar geleden voor het laatst, ook met Peter, gezien heb. Onderweg er naar toe koop ik in een winkel een dubbel-cd van Francesco Guccini met een live concert in Bologna. Nu wil ik wel eens horen wat die zanger, die ik in Bologna ontmoet heb, in huis heeft! Bij de Galleria dell’Academia staat een rij wachtenden van meer dan honderd meter. Dat is iets te veel van het goede en daarom probeer ik mijn volgende doel te bereiken: het graf van de schilder Benozzo Gozzoli. Maar helaas, de kerk is op woensdag gesloten! Ondertussen hoor ik steeds meer politiesirenes en helikopters om me heen. Wat is er toch aan de hand? Als ik doorloop kom ik bij een plek uit waar het letterlijk zwart staat van de politie. Als ik aan een agent vraag wat er aan de hand is, krijg ik te horen dat Berlusconi een bezoek brengt aan Florence! Al pratend met de agent kom ik er achter dat hij hier is vanwege de regionale verkiezingen van 3 en 4 april. De regeringscoalitie schijnt een beetje zenuwachtig te zijn vanwege de niet zo florissante prognoses en daarom zal Berlusconi wel met een soort verkiezingstoer bezig zijn. Als het te lang duurt voor hij naar buiten komt, besluit ik maar om door te lopen. Hij weet niet wat hij nu aan propaganda mist door niet samen met mij op de foto te gaan, maar de afspraak met Elly om vier uur vóór de dom gaat voor. Een beetje opgewonden en met een rood hoofd komt ze me tegemoet. Terwijl ze op de trappen voor de dom op me wachtte, kwam er een Italiaan uit Arezzo naast haar zitten om een gesprek aan te knopen. Hij vond haar op de een of andere manier heel aantrekkelijk. Toen ze mij zag, had ze een mogelijkheid een eind aan het gesprek te maken. Jammer, het had een mooi adresje in Arezzo op kunnen leveren. Samen lopen we voor de derde keer langs het huis van Dante om het ook voor de derde keer gesloten aan te treffen. Geen wonder dat Dante zelf na zijn ballingschap Florence voor gezien hield. Zo ga je toch niet met bezoekers om. Het kerkje bij zijn geboortehuis om de hoek is wel de moeite van een bezoek waard. Knus, oud, sfeervol, met oude muziek en een recent schilderij waarop Dante huilend afgebeeld is nadat zijn geliefde Beatrice in deze kerk trouwde met een andere geliefde. We lopen door naar de Piazza della Signoria waar precies op de plek waar de rechtlijnige monnik Savonarola ruim 500 jaar geleden terecht gesteld werd nu een trouwpartij plaatsvindt. Het kan verkeren. Via de beeldengang van het Uffizi (van o.a. Dante, Bocaccio, Petraca en Macchiavelli) lopen we door naar de Ponte Vecchio. Daar neemt iemand een mooie foto van ons samen. Langs allerlei straatjes en steegjes komen we uiteindelijk weer terecht bij de auto waar de anderen al op ons wachten. Harry en Maria zijn vanavond aan de beurt om ons te verwennen met lekker eten en drinken. Het leven kan soms zeer aangenaam zijn.
Donderdag 31 maart
Opnieuw begint de dag stralend. Elly en ik gaan vandaag samen een dagje op stap. We rijden naar Fiesole en drinken op hetzelfde terras met panorama, waar ik enkele dagen daarvoor gezeten heb, een kop koffie. Opnieuw beklimmen we de heuvel die ons een prachtig uitzicht biedt op Florence, maar nu helder en zonder smog. Nog iets hoger staat de Sint Franciscus kerk met daarnaast de toegang tot de cellen waar de monniken vroeger in eenzaamheid en contemplatie doorbrachten. Fiesole is voor ons het beginpunt van de Chianti-route. De eerste plaats die we aandoen is Impruneta. Inmiddels is het siëstatijd en zijn alle winkels dicht. Ook de terracottafabriekjes, waar de plaats bekendheid mee verworven heeft, zijn dicht, op ééntje na. De poorten staan open, de eigenaar zit met vrouw en kinderen tussen de olijfbomen en de terracotta in aan het brood en aan de wijn. We mogen van hem wat rondneuzen op het terrein. De prijzen liegen er niet om. Als wij uiteindelijk onze keus gemaakt hebben en ik de inmiddels beschonken eigenaar een paar keer vriendelijk heb toegesproken en op zijn schouders heb geklopt, wil ik van hem voor deze vriendelijke Nederlanders een ‘prezzo speciale’. Het lukt me om voor de helft van de prijs (55 euro) een stuk of acht terracottaproducten te kopen. Onder de nodige bedankjes en arrivederci’s, vertrekken we naar de volgende plaats op de Chianti-route: Rada in Chianti. Het weer is omgeslagen en het begint te regenen en te onweren. We duiken de Bar-Enoteca Dante Alighieri (!) in en nemen lekkere bruschetta met een kop koffie. Via het plaatselijke VVV-kantoortje krijg ik een adres van een keramiekzaakje vlak buiten het dorp. In het gehucht Malpensata heeft een jonge, artistieke vrouw, Angela Pianigiani, een werkplaatsje in de boerderij van haar ouders. Het blijkt een bijzonder sympathieke vrouw te zijn die ontroerend haar best doet haar hoofd boven water te houden in de strijd tegen de concurrentie. We kopen een fruitschaal ter vervanging van de schaal die ruim een jaar geleden na een glijpartij van Lars thuis in de woonkamer is gesneuveld. De volgende halte op de route is Castellina in Chianti. Elly wil haar vroegere, inmiddels gepensioneerde, baas van de Radboud verrassen met een briefkaart vanuit de plaats waar hij twee jaar geleden een vakantie zou hebben doorgebracht, maar die hij om onverklaarbare redenen ook weer had geannuleerd. Vanuit Castellina is het niet ver meer naar San Donato. Vandaag is Elly aan de beurt om te koken en we gaan samen boodschappen doen voor de ingrediënten van de Papa al Pomodoresoep. Twee jaar geleden heeft Elly het recept weten te ontfutselen van de eigenaresse van de Osteria in San Gimignano. Er is nu niemand meer die deze van oorsprong Toscaanse armeluissoep beter kan maken dan Elly. In combinatie met de wijn stijgt de stemming binnen korte tijd weer naar ongekende hoogten. Om een frisse neus te halen, maken we met zijn allen een korte wandeling. Daarbij komen we niet verder dan de Pizzeria van Andrea met zijn charmant lachende vriendin, bij ons om de hoek. Hij trakteert ons allen op espresso en grappa. Behoorlijk in de olie en zonder frisse neus belanden we in bed en de nacht glijdt ongemerkt aan ons voorbij.
Vrijdag 1 april
Vandaag is de dag dat Elly, Huub H., Harry en Maria weer met het vliegtuig terug gaan. De ochtend brengen we door met inpakken, opruimen, de plaatselijke markt bezoeken en een korte wandeling maken naar het nabij gelegen terracottafabriekje. Daarna gaan we op weg naar het vliegveld van Pisa. Het afscheid van Huub H. is als het afscheid van ‘Battista’, een onafscheidelijk en loyaal maatje gedurende de afgelopen twee weken. Het afscheid van Elly valt me zwaar, zwaarder dan ik dacht. Het liefst had ik deze reis samen met haar willen maken, maar zij heeft de tijd niet kunnen sparen zoals ik dat met mijn sabbatsverlof heb kunnen doen en de kinderen wachten thuis. Bovendien wacht me nog een taak in Rome. Ik moet deze reis in mijn eentje volbrengen. Het voelt als een aan mezelf opgelegde verplichting. Ik ben er alleen aan begonnen, ik moet het ook alleen afmaken. De geschiedenis kent geen weg terug; het lijkt wel een middeleeuwse pelgrimage die volbracht moet worden, alleen zonder de beloning van een aflaat. En als het even tegen zit ook zonder paus. In de pizzeria wordt me na het eten van de pizza en onder het genot van alweer een grappa verteld dat de paus op sterven ligt. Wordt het nu dan eindelijk tijd voor een nieuwe paus, misschien een tweede Nederlandse paus na Adrianus VI? Wat te denken van Papa Umberto Primo (paus Huub den Urste)?! De rest van de avond breng ik door met het schrijven van briefkaarten, het opruimen van het huisje, het inpakken van mijn bagage en het schrijven van verslagen van de laatste dagen. Morgen breekt weer een nieuwe fase aan in deze reis. Eigenlijk zou dit de fase moeten zijn waar ik mezelf het meest zou moeten tegenkomen. Vanaf nu zijn er geen vrienden of kennissen meer waarop ik kan terugvallen, zoals aan het begin van mijn ‘Italienische Reise’. Het stemt me een beetje melancholisch. Waar ben ik aan begonnen en vooral: waarom ben ik er aan begonnen?!
Zaterdag 2 april
Het is erg stil om me heen als ik wakker word. Ik lever de sleutels in bij de overburen, koop nog wat kleinigheden voor onderweg bij de Coop (en om afscheid te nemen van de winkelmeisjes natuurlijk) en neem de autoweg naar Florence en Rome. Onderweg hoor ik op de Italiaanse radio dat de gezondheidstoestand van de paus verslechterd is. Als hij nog maar eventjes wacht met doodgaan totdat ik in Rome ben … . Tegen drie uur ben ik waar ik wezen moet: bij mevr. Aukje D’Amore-Fennema op de vierde verdieping aan de Via A. Govoni 27. Het huis wordt flink schoongemaakt en het ruikt naar een bedwelmende spirituslucht. Ik krijg de kamer van haar dochter Sigrid, die nu in Nederland woont. Zij heeft o.a. Nederlands gestudeerd in Nijmegen, daar een zekere Kevin ontmoet, zijn verhuisd naar Haarlem en hebben twee weken geleden een kind gekregen. Mevr. D’Amore vertrekt morgen naar Nederland om het kleinkind te zien en om haar dochter mee te helpen. Zoon David blijft met zijn vriendin in Rome, d.w.z. soms in het huis van zijn vriendin in Trastevere, soms hier in huis. Toch wel een raar idee dat je bijna alleen in het huis van vreemden zit. Mevr. D’Amore laat me het appartement zien. Voor Romeinse begrippen is het groot. Er zijn vier slaapkamers, een badkamer, een WC met wastafel, een grote bergruimte met wasmachine, een keuken met eetgedeelte en een grote woonkamer. De komende tijd mag ik hier vrijwel overal gebruik van maken. Terwijl ik boodschappen ga doen en mevr. D’Amore nog iemand gaat opzoeken, vertelt ze me onderweg dat haar man anderhalf jaar geleden overleden is aan maagkanker. Hij was Giuseppe D’Amore, vroeger nieuwslezer voor de televisie van beroep, voor Telegiornale. Hij schijnt ook ongeveer tien boeken geschreven te hebben, maar die zijn nu niet meer verkrijgbaar. Helaas is er geen enkel boek van hem in het Nederlands vertaald. Op mijn slaapkamertje vind ik later een boek van hem met de titel ‘All Right’. Op de achterflap staat dat hij in 1927 geboren is in Avellino en rechten gestudeerd heeft. Dit boek was zijn eerste roman. Als ik terugkom van de boodschappen is David met zijn vriendin thuis. Hij is kunstenaar van beroep, vooral schilderen en de laatste tijd ook fotograferen. Het hele huis hangt er vol van tot en met de berging aan toe. Aan vrijwel iedere wand is wel iets van kunst terug te vinden. David is 44 of 45 jaar, maakt een sympathieke indruk maar spreekt geen woord Nederlands. Nu móet ik dus wel Italiaans gaan spreken! Ik besluit een metro/buskaart voor een week te nemen en maak mijn eerste busrit naar het Sint Pietersplein. Daar staan drommen mensen in devotie te bidden, te knielen en te staren naar de twee verlichte vensters op de bovenste verdieping van het pauselijke verblijf. Hij leeft dus nog!Vóór de dranghekken bij de ingang van het plein staan tientallen cameraploegen, hun lenzen gericht op de twee raampjes. Spontaan komen er af en toe processies voorbij, zoals van de caritasbeweging. Een Italiaanse baritonzanger zingt het Avé Maria talloze malen vol overgave achter elkaar. Groepjes Polen zijn gegroepeerd rondom de Poolse vlag en het portret van de paus, eenieder kaarsjes vasthoudend. Er doen zich geen hysterische situaties voor; iedereen heeft zijn eigen, rustige manier om de paus te begeleiden naar zijn einde, maar het geheel is een beetje onwezenlijk, soms zelfs bizar. Omdat de paus ondanks mijn aanwezigheid nog niet besloten heeft om te sterven, kies ik er voor door te wandelen naar het centrum om ergens een hapje te gaan eten. Bij de Engelenburcht staat het hele plein vol met geluid- en camerawagens. Sommige verslagevers staan bovenop een stellage verslag te doen met op de achtergrond de brede boulevard naar de Sint Pieter. Ik steek de Tiber over en loop naar het Piazza Navona. In een zijstraatje eet ik op een terrasje een pizza en drink een karafje wijn. Dan hoor ik de eigenaar van de ene zaak tegen de andere zaak zeggen dat de paus zojuist is overleden: om 21.37 uur. Nog geen 10 seconden later belt Elly op met hetzelfde bericht. Je kunt nog niet even weg gaan of er gebeurt wel iets achter je rug zonder je medeweten. Gauw het karafje leeggedronken, afgerekend en hup, terug naar de Sint Pieter. Daar vindt al een herdenkingsbijeenkomst plaats boven op de trappen, vóór de kerk. Al slalommend tussen het publiek sta ik binnen enkele minuten helemaal vooraan, vrijwel onder de enige Poolse vlag van die avond. Om de beurt lezen priesters en nonnen een paar regels voor en het publiek reageert met de nodige ‘amens’ en ‘halleluja’s’. Je voelt de mystieke en gewijde sfeer om je heen, terwijl het mij tegelijkertijd toch allemaal een beetje koud laat. Over een paar weken juicht men de nieuwe paus vanaf hetzelfde plein weer toe. De paus is dood; lang leve de nieuwe paus! Ik kan het niet laten om vanuit een aan het plein grenzende telefooncel live verslag uit te brengen aan het thuisfront. Daarna ga ik weer terug met de laatste bus naar mijn kamertje. Maar bij welke halte moest ik ook alweer uitstappen? Bij navraag blijken we er al lang voorbij gereden te zijn. De avond wordt besloten met een fikse wandeling terug. Moe maar voldaan val ik als een blok in slaap.
Zondag 3 april
De volgende ochtend sta ik om 9 uur op en neem afscheid van mevr. D’Amore, die met het vliegtuig naar Nederland gaat. Na een kort ontbijt neem ik weer de bus naar Vaticaanstad. Het is zondagochtend en dus is er in de kerk van de Friezen, vlakbij het Sint Pietersplein, een mis in het Nederlands. Zes priesters doen samen de mis die geheel gewijd is aan het overlijden van de paus. De kerk zit voor driekwart vol als ik halverwege de dienst binnenkom. Je hoort binnen heel duidelijk het gezang van buiten op het plein, waar de mis in aanwezigheid van werkelijk honderdduizenden mensen gehouden wordt. Na afloop drink ik koffie op het binnenpleintje voor de kerk. Helaas is René van Hees uit Tivoli niet aanwezig. Hij zal de drukte van het verkeer wel hebben willen mijden. Twee Nederlandse cameraploegen, waaronder de NOS met verslaggever Gerrie Eickhof, zijn aanwezig om met enkele vooraanstaande katholieke geestelijken een gesprek te voeren en om een impressie van de Nederlandstalige geloofsgemeenschap in Rome te maken na het overlijden van de paus. Over de doden niets dan goed, zo blijkt ook hier weer. De paus wordt al heilig verklaard voordat hij goed en wel begraven is. Als ik me voeg bij het publiek op het grote plein, is de mis net afgelopen. Drommen mensen verlaten het plein en ik houd mijn hart vast voor het gedrang. Gelukkig loopt alles goed af. Als ik de bus wil nemen staan er zoveel mensen om me heen dat ik maar even wacht en de volgende neem. Dat blijkt dus de verkeerde te zijn die me naar een voor mij volkomen onbekend deel van Rome brengt. Dezelfde lijn teruggenomen naar het beginpunt, een krant en wat brood gekocht en daarna met de goede buslijn weer thuisgekomen. Ondertussen is het al twee uur geweest. David en zijn vriendin Paola zijn wezen stemmen en zijn daarna vertrokken. Het grootste deel van de middag breng ik door met het schrijven van verslagen, lezen en het downloaden van de gemaakte foto’s en filmpjes. Morgen hoop ik op het Nederlands Instituut (KNIR) weer teksten en foto’s op mijn weblog te kunnen plaatsen. Dat bleek de afgelopen twee weken bijna niet mogelijk, waardoor het verslag nu omvangrijker geworden is dan oorspronkelijk de bedoeling was. In de namiddag maak ik een verkennende wandeling in de buurt. Bij terugkomst kook ik en zet de TV aan voor het nieuws. Het is grappig te zien dat het wereldnieuws zich slechts enkele kilometers van mij vandaan afspeelt. Op Rai Tre is een interessante en informatieve documentaire te zien over de geschiedenis van de pauselijke verblijven in Rome tot nu toe. Het brengt me op ideeën om hier nog wat te gaan bekijken de komende dagen. Halverwege de avond komen David en Paola terug en beginnen te koken voor in totaal zes personen. Aan het eind van de avond schuif ik bij het gezelschap aan. Met het nuttigen van enkele glaasjes wijn neemt ook mijn Italiaanse spreekvaardigheid toe. Misschien is dat de oplossing voor mijn Italiaanse lessen in Nederland?! We eindigen de avond met een fotosessie waarbij we allemaal verschillende hoofddeksels op hebben. Morgen moet ik weer aan de slag, maar dan hopelijk nuchter.
0 Comments:
Een reactie posten
<< Home